Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig werd ik gedreven door een permanente platenhonger. Op zoek naar nieuwe muziek ploegde ik mezelf wekelijks door de bouwput die het centrum van Rotterdam toen was langs een paar vaste winkels om de elpeebakken af te grazen. Opmerkelijk genoeg was een van die winkels met een interessant aanbod het warenhuis Ter Meulen op het Binnenwegplein.

De hoofdinkoper had volgens mij geen idee waar hij op muziekgebied mee bezig was, maar juist daardoor kon je in de kelder onverwachte dingen tegenkomen, zoals de verzamelelpee ‘The Kings of Reggae, volume 2’.

Ik had in die periode net in de gaten dat reggae meer was dan Bob Marley, Peter Tosh en UB40, en een van mijn favoriete platen was ‘Super Ape’ van The Upsetters, de studioband van dub pionier Lee ‘Scratch’ Perry.

Super Ape

Dat Perry een van de Godfathers van de reggae was en dat ‘Super Ape’ door kenners werd gezien als een baanbrekend meesterwerk wist ik nog niet, maar op het moment dat ik  ‘The Kings of Reggae, volume 2’ uit de bak trok en de hoes omdraaide was nummer 5 van kant 2 voor mij voldoende om de plaat blind te kopen. Dat nummer beloofde mij namelijk de ‘Return of the Super Ape’.

‘The Kings of Reggae, volume 2’ kwam ergens begin jaren ’80 uit op het platenlabel Music For Pleasure. Dat was een subdivisie van het grote EMI, waarop vooral goedkope heruitgaven van afgestofte klassiekers uit de kelders van het moederbedrijf verschenen, naast compilaties met aansprekende titels als ‘Gouden Vlaamse Hits Vol. 5’ en ‘Your All-Time Barbershop Favourites’.

Waarschijnlijk had iemand bij EMI ontdekt dat ze de rechten hadden van de sessies die Lee Perry in 1970 met The Wailers had opgenomen en zochten ze daar wat andere reggae bij. De rest van de plaat werd zodoende gevuld met latere Perry producties en twee nummers die niet in Perry‘s Black Ark studio waren opgenomen: ‘Loser’ en ‘Your Arms’ van zanger Roman Stewart.

The Kings of Reggae

Met name dat tweede nummer werd een grote favoriet van me. Een lekker in het gehoor liggend, up tempo reggae-nummer. Op zich niet eens zo heel bijzonder, maar de opzwepende percussie, het frivole samenspel van de blazerssectie en de zoete, licht melancholieke stem van Roman zorgden ervoor dat het liedje na de eerste keer draaien nooit meer uit mijn kop is geweest. Het bleef steeds opduiken, zomaar uit zichzelf, tot ik tenslotte de plaat er niet eens meer voor op hoefde te zetten.

Bovendien werd ik er altijd vrolijk van. Wat op zich best opmerkelijk is, want in het nummer is het goed mis tussen de zanger en zijn vriendinnetje, dat hem maar wat graag terug wil: Your Arms are reaching out for me, but it’s too late to give you a chance. ‘Cause you have lied, and done me so much wrong. So many wrong, so many wrong.

Wat er precies gebeurd is blijft onduidelijk, maar het kan kennelijk echt niet door de beugel: No, I can’t take this sad excuse, please go and find yourself a fool. Yes, you shouldn’t have done that.You shouldn’t have done wrong.

Zo te horen is Roman er helemaal klaar mee en hij zingt er zo opgeruimd over, dat we voor het meisje moeten vrezen dat het deze keer inderdaad niet meer goed gaat komen. Let daarbij ook op de enthousiaste drummer die het vlak voor het einde van het nummer op een lopen zet. Geen houden meer aan.

Ik ben altijd blijven uitkijken naar meer werk van Roman Stewart, maar ik heb nooit meer iets gevonden, zelfs geen ‘The Kings of Reggae, volume 1’. Alles wat ik wist was dat ‘Your Arms’ was geschreven door John Holt, die ik later vooral als zanger heb leren kennen. Holt speelde, net als Lee Perry, een belangrijke rol in het ontstaan van de reggae. Aanvankelijk als leadzanger en componist van de rock steady groep The Paragons in de jaren zestig en daarna solo. Zijn nummer ‘The Tide Is High’ werd een wereldhit voor Blondie en meer recent werd ‘Man Next Door’ bekend in de uitvoering van Massive Attack. Maar over Roman Stewart kon ik ondertussen niets vinden, niet eens een foto. De man bleef een mysterie.

Blondie - The Tide Is High

Ergens halverwege de jaren negentig vond ik ineens wel een dubbel CD met de titel ‘Masters of Reggae’, die duidelijk uit hetzelfde vaatje tapt als ‘The Kings Of Reggae’, al impliceert de titel dat de koningen van weleer inmiddels zijn gedegradeerd tot simpele meesters. De platenmaatschappij had zichzelf overtroffen en was erin geslaagd om een nog lelijkere hoes te ontwerpen. De nummers staan weliswaar in een andere volgorde, maar ze staan er allemaal op, aangevuld met twaalf titels die waarschijnlijk op ‘The Kings of Reggae, volume 1’ stonden. Onder die nummers waren er nog twee van Roman Stewart: ‘Running Away From Love’ en ‘Jealousy’. Zo te horen opgenomen in dezelfde periode. Mijn Roman Stewart collectie was in een klap verdubbeld, maar daarna bleef het stil. Nooit meer iets van Roman vernomen.

Bij het opruimen van mijn platenkast kwam ‘The Kings of Reggae’ weer boven water en dat prikkelde opnieuw mijn nieuwsgierigheid. Hoe zou het zijn met mijn onbekende koning van de reggae? Zou de informatie-explosie op het internet er voor hebben gezorgd dat er inmiddels meer over hem en zijn muziek  te vinden is, of is hij definitief in de vergetelheid geraakt?

[wordt vervolgd in deel 2]