Je zou denken dat ze in Engeland met een gemuteerde Covid-variant en een Brexit wel wat beters te doen hebben, maar Britse tradities zijn hardnekkig dus laait aan het eind van het jaar de discussie rond een van de populairste kerstliedjes gewoon weer op. De BBC kondigde eind november al aan dat Fairytale of New York van The Pogues niet meer in zijn oorspronkelijke versie op Radio 1 gedraaid zal worden omdat de tekst als kwetsend kan worden opgevat, maar het is juist vanwege die tekst dat het nummer al meer dan dertig jaar zo populair is.

De BBC probeert met de boycot niet alleen een einde te maken aan de jaarlijks terugkerende discussie (vorig jaar ontving de zender naar eigen zeggen 866 klachten over het nummer), maar bevestigt daarmee ook haar eigen reputatie. Al sinds het ontstaan van de omroep wordt er namelijk muziek van de zender geweerd om de luisteraars te beschermen tegen verkeerde invloeden. En niet zelden met een averechts effect.

Fatsoenswaakhond

Als nationale radio-omroep heeft de BBC sinds haar oprichting in de jaren ’20 van de vorige eeuw een min of meer zelfgecreëerde functie als fatsoenswaakhond. Ze ziet het als haar taak om het publiek verantwoord te informeren en te vermaken. En daar hoort bij dat men niemand wil afschrikken of buitensluiten. In de jaren ’30 wordt daarom de Dance Music Policy Committee opgericht, die er vooral op let of muziek wel voldoet aan de normen van goede smaak en geen expliciete verwijzingen bevat naar seks en drugs.

Die normen zijn behoorlijk rekbaar. Met name tijdens de Tweede Wereldoorlog komen er bijvoorbeeld regelmatig nummers op de zwarte lijst terecht omdat ze te sentimenteel zouden zijn. Kennelijk is de BBC bang dat te emotionele muziek de strijdbare Britten zal verzwakken in de strijd tegen de Nazi’s. Bijvoorbeeld door het nummer I’m Always Chasing Rainbows, een klassiek vaudeville lied geïnspireerd op een melodie van Chopin, dat in 1942 razend populair wordt in de uitvoering van Judy Garland uit de film Ziegfried Girl. De BBC-boycot doet daar weinig tegen.

Na de oorlog boycot de omroep nauwelijks nog nummers vanwege hun emotionele impact, een van de laatsten is in 1960 de übersentimentele draak Tell Laura I Love Her van Ricky Valence, die dankzij de radiopiraten alsnog een gigantische hit wordt. Er blijven echter door de jaren heen genoeg andere opvallende, om niet te zeggen onnavolgbare redenen voor de Dance Music Policy Committee om een nummer van de speellijst te weren. Het filmthema van The Man With The Golden Arm wordt niet gedraaid omdat de film over drugsmisbruik gaat. Dat het nummer instrumentaal is maakt voor de BBC niet uit. Je kan immers nooit weten welke heimelijke verleidingen tussen de noten verborgen zitten.

Het nummer Lola van The Kinks krijgt geen verbod vanwege de seksuele toespelingen op travestie, maar vanwege de merknaam Coca-Cola in de tekst. Ray Davies verandert het voor de single-versie in Cherry Cola, waarop de BBC het nummer alsnog draait en het een wereldwijde hit wordt. Vijftien jaar later introduceert Coca-Cola trouwens pas de nieuwe smaak Cherry.

My Generation van The Who wordt aanvankelijk geboycot omdat Roger Daltreys manier van zingen beledigend zou zijn voor stotteraars en Space Oddity van David Bowie wordt tijdelijk niet gedraaid omdat de hele wereld in spanning zit of Armstrong, Aldrin en Collins na hun maanlanding wel veilig op aarde zullen terugkeren. Als ze er eenmaal zijn wordt het alsnog een hit.

Tijdens de Falkland-oorlog vreest de BBC dat Six Months In A Leaky Boat van Split Enz een negatieve impact op de moraal van de Britse troepen heeft en tijdens de eerste Golf-oorlog komt er een hele lijst van ongewenste nummers, die echter vooral tot hilariteit leidt: van The Cure’s Killing An Arab tot Bang Bang (My Baby Shot Me Down) van Cher.

Ook eerder al boycot de BBC muziek die de luisteraar op verkeerde politieke ideeën kan brengen. In de jaren vijftig gaat het complete oeuvre van folkzanger Ewan MacColl in de ban vanwege zijn communistische sympathieën. Maar het staat de populariteit van zijn muziek niet in de weg. Hij scoort vele hits, waaronder de arbeidersballade Dirty Old Town, die dankzij The Dubliners uitgroeit tot een folkklassieker en onlangs door FC Liverpool supporters met een aangepaste tekst is omgedoopt tot Virgil van Dijk Song. Halverwege de jaren ’80 scoren ook The Pogues een hit met Dirty Old Town. Het is op Spotify hun meest succesvolle nummer na Fairytale of New York.

Christmas Eve in the drunktank

The Pogues komen voort uit de Londonse punkscene en ze combineren die rauwe anarchistische energie met traditionele Ierse folkmuziek. Daarmee spreken ze direct een breed publiek aan, van bouwvakkers tot studenten. Ze maken muziek om bij te drinken met je maten in de pub of helemaal los te gaan in de pit tijdens een concert. Hun Fiesta is een van de geheide floorfillers in mijn studententijd en dan was het overleven op de dansvloer.

Als je de vrijheid neemt om voor het mooiste verhaal te gaan dan is Fairytale of New York ontstaan op het moment dat Elvis Costello, destijds producer van The Pogues, in het najaar van 1985 tekstschrijver en zanger Shane MacGowan uitdaagt om een kerstsingle te schrijven, iets dat gevoelsmatig ver buiten het territorium van de band ligt. Shane neemt de uitdaging aan en begint samen met banjospeler Jem Finer aan een nummer waar ze uiteindelijk twee jaar over zullen doen. De eerste versie gaat over een Ierse zeeman die met kerst in New York zit, met heimwee over de Atlantische Oceaan uitkijkt en verlangt naar zijn liefje. De titel lenen ze van een boek van J.P Donleavy dat Finer toevallig aan het lezen is.

Uiteindelijk keurt de band het idee van de zielige zeeman af en ontstaat een duet tussen een man die op kerstavond gedwongen zijn roes uitslaapt op het politiebureau en zijn vriendin die hem kwalijk neemt dat hun dromen nooit zijn uitgekomen. Bassiste Cait O’Riordan zal daarbij de vrouwelijke partij zingen. Shane en Jem redden de deadline voor de feestdagen echter niet en The Pogues nemen het nummer pas in januari 1986 voor het eerst op. Costello stelt voor om het Christmas Eve in the Drunk Tank te noemen, naar de intrigerende openingsregel, maar dat beschouwt men algemeen als commerciële zelfmoord. Sowieso is niemand erg enthousiast over het resultaat en de opnames komen op de plank terecht.

Later dat jaar gaan The Pogues voor het eerst op tournee door de Verenigde Staten. De eerste shows zijn in New York. Shane is diep onder de indruk van de stad en verwerkt dat in de tekst voor Fairytale. Een muzikale inspiratie vormt de film Once Upon A Time In America die wordt grijsgedraaid in de tourbus. In het langzame piano-intro van het nummer is de invloed van de score van Ennio Morricone nog duidelijk te herkennen. Aanvankelijk sluit die sfeer echter nog niet zo goed aan bij de oorspronkelijke melodie van Finer.

Nog voor de nieuwe versie het nummer helemaal af is ontstaan er echter andere obstakels. Stiff Records, de platenmaatschappij van The Pogues, komt financieel in de problemen en alle werkzaamheden moeten stoppen. Mede daardoor verbreken The Pogues hun toch al stroeve relatie met Elvis Costello, waarop prompt Cait O’Riordan uit de band stapt en nog datzelfde jaar met Costello trouwt. Daarmee zijn The Pogues en Fairytale of New York pardoes hun vrouwenstem kwijt. Dat is echter pas een probleem als de band na het faillissement van Stiff een nieuwe platenmaatschappij heeft gevonden en de studio in gaat voor de opnames van het album If I Should Fall From Grace With God, dat hun grootste commerciële succes zal worden.

De tweede MacColl

Als producer weten The Pogues Steve Lillywhite te strikken, die dan op het hoogtepunt van zijn carrière zit. Hij werkt met alle grote artiesten van die periode: U2, Simple Minds, Talking Heads en zelfs The Rolling Stones. Lillywhite gaat met Fairytale aan de slag en weet de twee muzikale versies van MacGowen en Finer aan elkaar te verbinden. Vervolgens hoort hij de suggesties voor een zangeres een tijdje aan. Alle meer en minder voor de hand liggende namen komen voorbij, van Chrissie Hinde tot Suzi Quartro, maar geen van hen is geschikt of beschikbaar en dan stelt hij Kirsty MacColl voor. Niet helemaal toevallig want Kirsty is Lillywhites eigen vrouw, die werkloos thuis zit na het faillissement van Stiff Records, dat toevallig ook haar platenmaatschappij was.

Kirsty MacColl is de dochter van Ewan MacColl, de linkse folkzanger aan wie The Pogues een van hun eerste hits te danken hebben. Ze heeft zichzelf al jong ontwikkeld tot een bijzonder begaafde zangeres van eigen materiaal, dat bol staat van de humor en de zelfrelativering, maar tegelijkertijd emotioneel weet te raken. Niet alleen haar nummers zijn herkenbaar en toegankelijk, maar ze is zelf ook de ultiem sympathieke girl-next-door. Al werkt die kracht tegelijkertijd ook tegen haar. Ze heeft niet de glamour van een modepopje en dat is in de jaren ’80 nog meer dan nu een vereiste voor commercieel succes. Daardoor is ze moeilijk te verkopen voor platenmaatschappijen, die vaak niet goed weten wat ze met haar aan moeten. Kirsty scoort niettemin bescheiden hits met There’s A Guy Works Down The Chipshop Swears He’s Elvis en A New England en werkt als songschrijver succesvol samen met Tracy Ullman.

Niemand van The Pogues is overdreven enthousiast over de suggestie van hun producer, maar Lillywhite neemt de backing track van Fairytale mee naar huis en werkt samen met Kirsty een hele dag aan haar partij. Ze zorgen ervoor dat elke intonatie en nuance op zijn plek ligt. Het resultaat is spits, krachtig en toch kwetsbaar. Precies raak. Eenmaal terug in de studio speelt hij het af voor de band. Na een lange stilte oppert Shane MacGowan dat het wellicht een goede idee is als hij zijn eigen partij opnieuw opneemt. Hij voelt aan dat de lat flink hoger is gelegd. Zonder iets aan het aandeel van Kirsty te veranderen en zonder ooit tegelijkertijd met haar in de studio te zijn geweest zingt Shane zijn definitieve partij in en vervolgens mixt Steve het nummer af.

De Anti-kerst

Het geheim van Fairytale of New York is dat het in alles eigenlijk een anti-kerstlied is. Het past precies bij zowel The Pogues als Kirsty MacColl. Het nummer wordt gezongen vanuit het perspectief van een man die op kerstavond door de politie is opgepakt om zijn roes uit te slapen in een cel. Hij denkt terug aan de begintijd van zijn relatie, toen hij en zijn vriendin nog konden dromen van een mooie toekomst. Vervolgens schets hij een beeld van hoe het is geworden, de deceptie van de werkelijkheid waarin de romantiek plaats heeft gemaakt voor ruzies en verwijten over en weer. Om vervolgens af te sluiten met een hoopvolle blik op de toekomst. Het is kut, maar het is alles wat we hebben en we hebben elkaar. Het nummer rekent af met de eeuwige sleebelletjes en andere kerstclichés. Geen valse sentimenten, maar een lied over gewone mensen, die naar de klote zijn en ondanks alle tegenslag toch hoop houden op een betere toekomst. Als een eerlijke Ken Loach film tussen de mierzoete Hollywood romantiek.

De single komt uit in november van 1987 en is direct een hit, hoewel het net niet de fel begeerde eerste plaats van de Britse hitparade tijdens Kerstmis haalt. Het blijft steken op plaats twee. In 2005 wordt het nummer opnieuw uitgebracht en het haalt weer de top 3. In dat jaar wordt de lijst voor het eerst samengesteld door verkoopcijfers gecombineerd met downloads en airplay, waardoor Fairytale of New York sindsdien elk jaar met Kerstmis opnieuw de top 10 haalt. Elvis Costello had gelijk: een goede kersthit is een eeuwige hit.

Direct nadat het nummer uitkwam was er al discussie over de tekst, met name die van het couplet waarin MacGowen het vrouwelijke personage toezingt dat ze “an old slut on junk” is, waarop Kirsty MacColl antwoordt dat hij zelf een “cheap lousy faggot” is en daarom: “Happy Christmas your arse, I pray God it’s your last”.

Voor de televisieopnames van Top Of The Pops  in 1992 verzocht de BBC of Kirsty MacColl misschien “ass” kon zingen in plaats van “arse”, want dat was toch wat milder. Vijf jaar later zong ze bij opnames voor hetzelfde programma “you’re cheap, you’re a haggard” in plaats van “faggot”. Na het overlijden van Kirsty MaColl zingt Katie Melua deze versie tijdens een optreden met The Pogues voor de commerciële zender ITV.

In 2007 knipt de BBC voor Radio 1 de woorden “slut” en “faggot” uit de originele opname omdat luisteraars die woorden als beledigend kunnen opvatten. Shane MacGowan verdedigt zijn woordkeuze door erop te wijzen dat ze passen bij de personages die ze zingen. Het zijn mensen uit een bepaalde klasse en uit een bepaalde tijd waarin het woordgebruik gewoon past. Het is niet de bedoeling dat ze geciviliseerd zijn en eloquent taalgebruik hebben, ze spreken vanuit hun hart. En hun kloten. Dat is juist de kracht. Het contrast van hun realistische rauwheid met het dromerige, valse sentiment van kerst. Hij kreeg brede bijval en de zender draaide de beslissing om het nummer te censureren terug.

Een nieuwe boycot

Maar dit najaar kondigt de BBC dus opnieuw een boycot aan. Inmiddels is Fairytale Of New York uitgegroeid tot het populairste en meest gedraaide kerstnummer in Engeland, nog voor Last Christmas van Wham! of All I Want For Christmas Is You van Mariah Carey. Elk jaar sinds 2005 komt het in december opnieuw binnen in de Britse top 40. Het is dus ondenkbaar en culturele zelfmoord om het nummer helemaal niet meer te draaien. Daarom is er een montage gemaakt van de Top Of The Pops versie, dus zonder “faggot” en “slut” en die versie begint nu ook op te duiken op verschillende compilaties.

Dat de BBC zich ineens zo druk maakt om mensen die aanstoot kunnen nemen aan “faggot” of “slut” is niet alleen nogal opportunistisch, gezien de context van  #MeToo en de emancipatie van de lhbt gemeenschap. Het is ook ronduit hypocriet van de omroep die een reputatie heeft voor het censureren van nummers met vermeende homoseksuele betekenis, zoals Scott Walkers cover van Jacques Brels chanson ‘Jackie’, Glad To Be Gay van Tom Robinson en zelfs Enola Gay van OMD (wat overigens een anti-oorlogs nummer is, vernoemd naar het vliegtuig dat de atoombom op Hiroshima gooide). Daarmee voelt een boycot van Fairytale of New York als een doorzichtige poging om na de oorlog het verzet in te gaan en alsnog op te komen voor homorechten die ze eerder negeerden.

Het is onwaarschijnlijk dat de ingreep van de BBC stand zal houden, het nummer is sterk genoeg om ook deze storm in zijn originele vorm te overleven. Daar kan ook de smakeloze cover van Jon Bon Jovi weinig aan veranderen. Hij bracht dit jaar zijn versie van Fairytale Of New York uit waarin hij beide kanten van het duet zelf zingt en een ‘gekuisde’ versie van de tekst gebruikt. Het kwam hem op veel hoon te staan. De Ierse singer-songwriter Rob Smith noemde het “the worst thing to ever happen to music, including both the murder of John Lennon and Brian McFadden’s solo career”. Ook Steve Lillywhite had er geen goed woord voor over: “The worst ever version of this song. Embarrassing and pointless.” Het schijnt dat Shane MacGowen er wel om kon lachen: Happy Christmas your arse. I pray God it’s your last.