Als een heuse ‘barn find’ ontdekte ik tussen oude papieren van mijn vader de handtekening van Jim Morrison . Een bijzondere vondst maar… wat moet je ermee?

Eind jaren zestig was mijn vader een paar jaar de éénmansmuziekredactie bij het Rotterdams Nieuwsblad. Het was geen verkeerde tijd om popjournalist te zijn; hij schreef recensies over concerten van The Doors, Janis Joplin, Pink Floyd en Frank Zappa. Hij had ook de rubriek Weekhit, waarin hij elke week een recent verschenen elpee besprak zoals ‘Axis: Bold as love’ (“Jimi Hendrix is een van de voorlopers. ’t Is maar dat je hem in de gaten houdt.”), Pink Floyd’s ‘Saucer Full of Secrets’ (“Een onmisbare aanwinst voor wie belijdt dat de werkelijkheid pas zin krijgt met een trip buiten die werkelijkheid”) en de eerste plaat van Led Zeppelin (“Eindelijk weer eens een groep die een indrukwekkend debuut maakt, al zal het nog wel even duren voor Led Zeppelin een volledig eigen geluid heeft.”). Die artikelen zitten in drie dikke plakboeken die ik nooit weg zal gooien, maar daarnaast vond ik een map met allemaal originele persberichten en publiciteitsfoto’s, en die hoefde ik niet per se te bewaren.

Natuurlijk had ik alles in een keer bij het oud papier kunnen mikken, maar ik vermoedde dat verzamelaars misschien interesse hadden in dit soort dingen, dus ik zette ze in de loop van een paar weken op eBay. Het was een arbeidsintensieve manier van ruimen, maar mijn winkeltje liep wonderwel. De opbrengst varieerde van € 5,50 voor een oud persbericht van The Golden Earrings tot dertig, veertig euro voor originele persberichten met foto’s van The Doors, Van Morrison en Janis Joplin.

In verhouding leverde een persbericht over het verschijnen van Two Virgins, de eerste plaat van John Lennon en Yoko Ono, het meeste op: €28,86 voor een enkelzijdig gestencild velletje met het logo van de platenmaatschappij. Geen foto, niks.

Overigens is alles wat maar een beetje aan The Beatles gelinkt kan worden ruim veertig jaar later sowieso nog erg gewild. Voor een publiciteitsflyer van de glorieus geflopte band The Grapefruit ving ik €26,90 en dat kon alleen maar zijn omdat Paul McCartney met ze op de foto stond als ontdekker van het zure viertal, dat geheel in fruitstijl had getekend bij het Apple-label.In de map van mijn vader vond ik ook een publiciteitsfoto van The Doors met de handtekeningen van alle bandleden, inclusief die van Jim Morrison. The Doors waren The Beatles niet, maar Morrison was toch behoorlijk jong gestorven en zijn persoonlijkheid heeft inmiddels mythische proporties aangenomen. Ik kon me voorstellen dat een echte handtekening van hem voor sommige mensen bijkans de heilige graal van de popmemorabilia zou zijn. Sterker nog, ik werd er zelf lichtelijk enthousiast van. Ik hield de foto een beetje schuin tegen het licht om te zien of de handtekeningen echt waren en niet op de foto waren gedrukt, maar ze waren er duidelijk met ballpoint opgeschreven.

Na wat vooronderzoek kwam ik er achter dat een handtekening van Jim Morrison zomaar een paar honderd euro kon opleveren, alleen zat er dan wel een zogenaamd echtheidscertificaat bij. Dat zal misschien net zo betrouwbaar zijn als een echtheidscertificaat in de beeldende kunst, maar dat ik er geen had maakte het wel lastig om zo’n handtekening zomaar op eBay te zetten.

Eigenlijk wist ik niet zo goed wat ik ermee aan moest. Als ik aan mensen vertelde dat ik een handtekening van Jim Morrison had vonden ze dat heel bijzonder: “Die moet je ophangen!” Maar waarom zou ik ineens een foto van The Doors ophangen? Ik hou best van hun muziek, maar om nou dagelijks tegen die tronies aan te kijken. Door de handtekening had de foto een andere betekenis gekregen. Het was een relikwie van een moderne heilige geworden. Een echt stukje Morrison. Mensen die bij ons thuis waren begonnen er ook naar te vragen: “Mag ik hem even zien?” En dan haalde ik hem tevoorschijn en zijden ze: “Bijzonder hoor.” En dan ruimde ik hem weer op. Hoe langer je erover nadenkt hoe absurder het is.

Jarenlang lag de handtekening van Jim Morrison ergens in een la tussen het printpapier en de enveloppen. Totdat een vriendin, die van het bestaan van mijn relikwie afwist, vertelde dat het Hardrock Café een Antiques Rockshow organiseerde. Dat betekende zoveel als dat er op een zaterdagmorgen enkele experts van het Britse veilinghuis Bonhams naar Amsterdam zouden komen om collectors items te taxeren. Een collega van haar deed de pr voor dat evenement en ze waren op zoek naar aansprekende items. Zodoende werd mijn Doorsfoto-met-handtekeningen een week later opgenomen in het persbericht.

De bewuste zaterdagochtend verpakte ik de foto in een Albert Heijntasje om hem te beschermen tegen de miezerregen en sprong op mijn fiets. Ik was nog nooit in een Hard Rock Café geweest en dat bleek uitermate terecht. Het bleek een beetje een uit de kluiten gewassen bruine kroeg met een nepeiken Ierse Pub-interieur dat zo bij de groothandel vandaan was getrokken en daarna was volgestouwd met allerlei muziekprullaria. Een zakdoek waar Kurt Cobain ooit zijn neus in had gesnoten, een T-shirt dat was volgezweet door Ozzie Osborne, dat werk. Alles was netjes ingelijst om het er vooral zo belangrijk mogelijk uit te laten zien, maar daarmee was alle rock ’n roll wel verloren gegaan. En dan hing daartussen, op elk stukje kale muur, een gouden- of platinaplaat.  Het deed pijn aan je ogen.

In dit decor hadden ze op een verhoging een tafel opgesteld met twee of drie experts er achter. Ik waande me in een soort Spinal Tap-variant van tussen Kunst en Kitch. Een blonde serveerster met een plastic glimlach gaf me een volgnummertje en vertelde dat ik kon plaats nemen op een van de stoelen die tegen de muur stonden. In de geïmproviseerde wachtkamer zat al een ietwat puistige veertiger met een versleten Stratocaster op schoot. Het zweet parelde op zijn voorhoofd, maar hij weigerde zijn imitatie leren motorjack met glimmende spijkers  uit te trekken. Hij keek me zo vol hunkering aan dat ik niet naast hem durfde te gaan zitten, want dan zou hij zich ongetwijfeld uitgenodigd voelen om alles over z’n gitaar te vertellen. En ik had het idee dat dat best wel eens een heel lang verhaal zou kunnen zijn.

Er zaten nog meer mensen te wachten. Verderop zat iemand half verscholen achter een gouden plaat van Metallica, en een oudere vrouw kwam een hoedje showen dat Michael Jackson ooit eens op had gehad. Nee, zij zelf niet. Ben je mal? Niemand zou dat hoedje ooit meer mogen dragen. Je kon zien dat Michael haar lust en haar leven was. Zelfs haar poedel had een glitterbandje om. In haar ogen zag ik dezelfde gelukzalige blik die veel mensen hadden die met hun spullen op de Antiques Roadshow afkwamen. Ze voelden zich uitverkoren. Alsof ze waren aangeraakt door de sterren en daarom heel even zelf een ster waren.

Toen ik aan de beurt was liet ik mijn foto aan de experts achter de tafel zien en vertelde desgevraagd hoe ik er aan kwam. De Britse connaisseur taxeerde hem voorlopig op iets van 700 Britse Ponden, kon ook iets meer worden. Volgens de conventies van Tussen Kunst en Kitch probeerde ik mijn emoties te onderdrukken en knikte bedachtzaam. 700 Britse Ponden…

De man vroeg of ik wilde overwegen om de foto aan te bieden voor een veiling in Londen. Misschien moest ik er even over nadenken, daar had hij alle begrip voor.  Dat leek me niet nodig. Ik knikte vriendelijk, gaf de man een hand en van binnen begon ik postuum te juichen voor Jim Morrison. We hadden een deal.

[wordt vervolgd]

Leave a Reply