Nadat ik tussen de papieren van mijn vader een handtekening van de bandleden van The Doors inclusief Jim Morrison had gevonden heb ik die tijdens een door het Hardrock Café Amsterdam georganiseerde ‘antiques roadshow’ aangeboden aan veilinghuis Bonhams. Zij dachten dat de handtekening misschien wel 700 Pond zou kunnen opleveren. (zie deel 1)

Een paar weken voor de veiling in Knightsbridge, Londen viel de catalogus van Bonhams veilinghuis op de deurmat. Honderd pagina’s met ‘entertainment memorabilia’. Onder de publiekstrekkers zat een verzameling spullen uit het privé-bezit van George Harrison, waaronder het shirt dat hij droeg tijdens het Concert for Bangladesh, dat werd geschat op €7500 tot €10.000,-. Zijn oude Pentax fototoestel zou ergens tussen de €6300,- en €7500,- moeten opleveren. Dezelfde camera doet op eBay hoogstens €100,-, maar dan zonder de vingerafdrukken van George Harrison. En een paar karakteristieke, afgedragen Beatlelaarsjes zouden zomaar €19.000,- op kunnen brengen vanwege de zweetvoeten van Harrison zelf. In de catalogus stonden nog wat andere kostuums van sterren en heel veel handtekeningen op gitaren, foto’s, platen, posters en vodjes papier.Terwijl ik door de catalogus bladerde vielen me de schellen van de ogen en ging er een wereld voor me open. Behalve muziekmemorabilia was er ook een kleine afdeling filmprops, -posters en -kleding. Van een vestje dat Frank Sinatra had gedragen in de film ‘Can Can’ tot het T-shirt van Nigel Tufnel uit de beroemde ‘this one goes to eleven’-scène in Spinal Tap. Ze hoopten er €5000,- voor te krijgen.

Mijn foto was lot 208: The Doors: A signed publicity photograph, a black and white Elektra portrait signed in blue ballpoints including Jim Morrison, 8 x 10 inches (20.5 x 25.5 cm). Eronder stond £ 900 – 1,200 / € 1,100 – 1,500. Onvoorstelbaar dat iemand zo’n bedrag zou betalen voor een vier handtekeningen op een foto.Ik ben zelf nooit zo’n handtekeningenjager geweest. Als kleine jongen ontdekte ik dat oud-Feijenoordspeler Piet Romeijn, die ooit eigenhandig de hondenlul in de stadions introduceerde, een sportzaak in Schiedam had. Ik stapte brutaal naar binnen en Piet wilde wel een krabbel op een ansicht van de winkel zetten. Toen ik later in Rotterdam naar de middelbare school ging kon je tegen korting een sporttenue in schoolkleuren kopen bij de winkel van oud-Feijenoordkeeper Eddy Pieters Graafland. Vandaar dat ik ook zijn handtekening had. Mijn derde handtekening scoorde ik in Venlo, waar de keeper van VVV op de markt stond met een notenkar. Geen van die handtekeningen heb ik bewaard.

De enige handtekeningen die ik nog wel heb zijn die van Gruppo Sportivo en de Engelse band The Darts (die geloof ik één zomer lang wereldberoemd waren), die ik tijdens New Pop Festival in 1978 verzamelde.

Voor mij zijn die handtekeningen letterlijk memorabilia, tastbare getuigen van een ontmoeting met een (min of meer) beroemdheid. In die zin hebben ze voor mij zeker emotionele waarde (al springen mij de tranen niet in de ogen bij mijn herinnering aan The Darts), maar geen enkele financiële waarde. Hetzelfde geldt voor gesigneerde platen en boeken, die hebben iets extra’s door de ontmoeting met de schrijver of de muzikant. Een van mijn dierbaarste gesigneerde boekjes is een speciale geïllustreerde uitgave van het Alpejagerslied van Paul van Ostayen. Ik kreeg het van dichter Bert Schierbeek tijdens het Poetry International festival en hij signeerde het ‘voor Marcel, van Paul van Ostayen, via Bert Schierbeek, 13-6-1978 Rotterdam.’ Voor niemand van waarde, behalve voor mij.

Bij mijn allereerste popconcert in 1977 miste ik op een haar na de tamboerijn die Freddy Mercury het publiek in gooide. Ik was pas acht en het ding zeilde ongrijpbaar over mijn hoofd. Als ik hem had gevangen had ik hem ongetwijfeld al die jaren bewaard. Maar er is toch geen haar op mijn hoofd die er aan denkt om de tamboerijn te kopen die iemand anders heeft gevangen?

Toch kwam dat een heel eind in de buurt van wat er nu gebeurde met de handtekening van Jim Morrison. En toen ik van het veilinghuis bericht kreeg dat de foto was verkocht voor €1900,-, voelde ik me er bijna schuldig over. Zo veel geld, dat kan toch eigenlijk niet? Dat is een modaal maandinkomen voor een heel gezin.

Het T-shirt uit Spinal Tap bracht €5697,- op en het vestje van Sinatra € 657,-. Dat niet alles de verwachtingen van de veilingmeesters waarmaakte bewees een jurkje van Barbara Streisand dat werd verkocht voor € 146,-. Dat zou je er bij een gemiddelde vintage kledingzaak ook voor hebben betaald. Maar de collectie van George Harrison sloeg alles: de laarsjes sloten op €71.578,-, de Pentax op €5.551,-, het Concert for Bangladeshshirt op €27.755,- en de grote klapper was een leren jack uit de beginjaren van The Beatles met €129.256,-. In deze business is het letterlijk wat de gek er voor geeft.

Ik vroeg me af wat Jim Morrison er zelf van zou hebben gevonden. Niet zo veel, gokte ik. Lekker belangrijk. Ik begon na te denken over een bestemming voor het geld. Een nieuwe racefiets misschien? Dat mensen aan me vragen hoe ik aan zo’n mooie fiets kom en dat ik dan kan zeggen: ‘Van Jim Morrison.’

[wordt vervolgd]

Leave a Reply