Gisteren kreeg ik bericht dat mijn oom Pieter is overleden. Dat was niet helemaal wat ik bedoelde toen ik mijn grote schoonmaak aankondigde.

Hoewel ik de laatste jaren geen contact meer met hem had (we hebben nogal een ingewikkelde familie, maar dat is een heel ander verhaal), kwam het bericht van zijn overlijden toch hard aan.

Pieter van Thiel was een geleerde man van minstens twee meter, die van achter een grote sigaar de wereld aanschouwde. Hij had een twinkeling in zijn ogen waardoor je het idee had dat hij elk moment een van zijn gortdroge opmerkingen kon plaatsen. Zo’n opmerking werd steevast aangekondigd door een kort optrekken van beide, niet onaanzienlijke neusvleugels.

Oom Pieter was degene die mij naar kunst heeft leren kijken. Hij heeft me geleerd dat er veel meer aan een schilderij te ontdekken valt dan het simpele plaatje. Dat er een heel verhaal achter zit, dat voor velen een mysterie is. Hij ontrafelde die mysteries voor mij en vertelde over de symboliek van stillevens en de compositie van portretten.

Hij was directeur schilderijen van het Rijksmuseum in Amsterdam en zijn kantoor zat in een grote villa in de tuin van het museum. In die villa zetelde de hele directie tussen het eikenhout en de boeken. Soms kon je een glimp van ze opvangen als er een deur op een kier stond. Het was een heiligdom op zich, maar als mijn oom tijd had, nam hij me mee naar het museum zelf.
 
Via een geheime doorgang kwam je van de directievilla zomaar tussen de argeloze bezoekers terecht. Dan zagen die mensen tijdens het schilderijen kijken plots een deur opengaan en dan kwam daar een twee meter lange gestalte tevoorschijn met een jongetje van een jaar of tien achter zich aan. Dat moest wel een heel speciaal ventje zijn, dachten ze dan vast. En zo voelde ik me ook.

Oom Pieter kon met zo veel passie en liefde over kunst praten dat het Nederland van de Zeventiende eeuw dankzij zijn verhalen en mijn kinderfantasie helemaal tot leven kwam. Zijn privé-rondleidingen over de schilderijenafdeling van het Rijks behoren tot mijn helderste en meest bepalende jeugdherinneringen. Een blijvende inspiratie. Het is niet voor niets dat ik er later mijn werk van heb gemaakt om met beelden verhalen te vertellen.

Het voelde als een groot voorrecht. Zo’n oom hadden de gewone bezoekers niet, die had alleen ik. Het moment waarop ik me daar het meest van bewust was, was toen ik een kijkje mocht nemen in de zaal waar een aantal schilders de Nachtwacht aan het restaureren waren, nadat een bezoeker een mes in het schilderij had gezet. Dit was een heel geheime operatie, hier mochten andere bezoekers niet komen. Alleen ik. Backstage bij Rembrandt.

De verhalen van mijn oom hebben zo’n indruk gemaakt dat ik bijna altijd even aan hem denk als ik naar kunst kijk. Of ik nu in de dom van Orvieto tussen de fresco’s van Signorelli sta of door de Gemäldegalerie in Berlijn loop, oom Pieter kijkt over mijn schouder mee. En dat zal hij altijd blijven doen.

Oom Pieter

Oom Pieter tijdens een persconferentie over een latere aanslag op de Nachtwacht in 1990

Leave a Reply