Ruim twee jaar geleden ben ik begonnen om overleden artiesten op hun sterfdag te herdenken door een fragment van hun muziek op Twitter te posten. Dat was tegelijkertijd een experiment om de werking van dat sociale medium te doorgronden. Wat als een geintje begon is een beetje uit de hand gelopen: mijn account ‘Out of the blue, into the black’ (@blueintoblack) heeft inmiddels meer dan 5.000 volgers en in april ging het maandelijkse bereik van mijn tweets door de grens van 1 miljoen. Van Twitter snap ik nog steeds verrassend weinig, maar ik ben intussen wel op een goudmijn aan mooie verhalen gestuit.

De ironie was moeilijk te missen toen George Michael uitgerekend op eerste kerstdag 2016 overleed. Sinds 1984 had hij met zijn Wham!-hit Last Christmas elke kerst van mijn generatie muzikaal gekaapt en in 2016 zou dat zeker niet voor het laatst zijn. George Michael ging dood, maar we werden er meteen aan herinnerd dat we nooit meer van zijn muziek af zouden komen. Of we dat nou leuk vonden of niet.

Die glorie van het eeuwige muzikale leven is lang niet iedere overleden artiest gegund, de meesten verdwijnen met hun liedjes langzaam uit het collectieve geheugen. Het maakt daarbij weinig uit of hun oeuvre artistiek of commercieel enigszins de moeite waard was. Het is een survival of the fittest en die strijd wordt meestal niet op basis van kwaliteit beslist.

George Michael was lang niet de enige muzikale dode van 2016. Het jaaroverzicht van Het Journaal herdacht ook David Bowie, Leonard Cohen en Prince met stemmige zwart-wit foto’s en pianoklanken. Het was een zwaar jaar, want buiten deze giganten namen we ook afscheid van Glen Frey (de zanger van The Eagles), Maurice White (de spil van Earth Wind and Fire), Philadelphia soulman Billy Paul, zanger en componist Leon Russell, Paul Kantner van Jefferson Airplane en Denise Matthews, beter bekend als Vanity (je weet wel, de middelste twee van Vanity 6).

Keith Emerson van Emerson, Lake and Palmer pleegde zelfmoord, terwijl zijn collega Greg Lake enkele maanden eerder al vanzelf was overleden. Countryzangers Sonny James en Merle Haggard gingen met de laarspunten omhoog de kist in. Fans hadden via een crowfundingsactie tevergeefs de kankerbehandeling van funktoetsenist Bernie Worrell gefinancierd. Rappers Phife Dawg van A Tribe Called Quest en Prince Be van PM Dawn spotten met de wetten van de hiphop door zich nu eens niet neer te laten schieten, maar gewoon veel te jong dood te gaan aan ernstige ziektes. Prince Be was daarmee de derde prins die ons dat jaar ontviel, na de paarse dreumes uit Minneapolis en ska-pionier Prince Buster, terwijl bluesman Lonnie Mack de pech had om uitgerekend op dezelfde dag als Prince te overlijden. Niemand had het over hem.

Zeker in de muziek discrimineert de dood niet op leeftijd. Jazz- en bluespianist Mose Allison haalde een respectabele 89 jaar voordat hij in 2016 overleed. Zijn debuutalbum kwam al in 1957 uit en hij zag hoe anderen door de jaren heen werden beïnvloed door zijn muziek, van Jimi Hendrix en The Rolling Stones tot The Clash en The Pixies. In Nederland zette Herman Brood ooit enkele van zijn nummers op de plaat. Mose maakte het allemaal mee. Zangeres Christine Grimmie stond daarentegen nog aan het begin van haar carrière. Ze was derde geworden in de Amerikaanse editie van The Voice en werd een jaar later doodgeschoten door een fan terwijl ze handtekeningen stond uit te delen. Ze was 22 jaar.

Rock ’n roll ging altijd over de jeugd en zette zich af tegen ouderdom. The Who zong in 1965 “I Hope I die before I get old” en vervolgens is alleen Keith Moon daarin geslaagd. Roger Daltrey en Pete Townsend zijn de zeventig inmiddels gepasseerd en net weer aan een Amerikaanse tour begonnen. Neil Young zong “Better to burn out than to fade away” om er tot zijn schrik achter te komen dat Kurt Cobain hem later citeerde in diens zelfmoordbrief. Hij was pas 27 toen hij de hand aan zichzelf sloeg, de leeftijd waarop ook een dramatisch einde kwam aan de levens van Jimi Hendrix, Janis Joplin, Brian Jones en Jim Morrison.

Het is een relatief recent fenomeen dat popartiesten van ouderdom sterven en niet meer van de seks, de drugs en de rock ’n roll. In 2016 overleden er zo veel dat ik me afvroeg of we inmiddels zo ver waren dat iedere dag van het jaar de sterfdag van een bekende muzikant zou zijn. Ik besloot die hypothese te testen door op Twitter dagelijks een post te wijden aan een muzikale sterfdag, dan zou ik vanzelf wel zien of ik het jaar vol kon maken.

Nou heb ik al sinds 2009 een Twitter-account onder mijn eigen naam maar het twitteren heeft bij mij nooit zo’n grote vlucht genomen. Ik merkte dat het vooral een medium was waarop iedereen elkaar constant de maat neemt en anderen zit af te fakkelen. Dat is niet zo mijn ding, maar dit experiment leek wel bij Twitter te passen en ideaal om er eens achter te komen hoe dat logaritme nou precies werkt.

In het belang van de wetenschap besloot ik gewoon te beginnen zonder er enige ruchtbaarheid aan te geven of er reclame voor te maken. Ik redeneerde dat ik het aantal parameters zo klein mogelijk moest houden, dan zouden de geheimen van Twitter zich weldra aan mij ontvouwen.

Overal op internet staan schimmige zelfhulppagina’s over hoe je binnen de kortste keren duizenden volgers op Twitter kunt krijgen, ook zonder je bitcoins te laten rollen. Een van de meest voorkomende adviezen was: kies een korte, heldere naam voor je account zodat mensen die makkelijk herkennen en goed kunnen onthouden. Ik noemde mijn account ‘Out of the blue, into the black’. Nee, dat was niet kort, ook niet meteen helder, maar wel een citaat uit hetzelfde nummer van Neil Young dat Kurt Cobain had gebruikt. Het dekte de lading perfect.

Ik besloot ook in het Engels te Twitteren en niet te laten merken dat ik uit Nederland kwam. Als profielafbeelding koos ik een fotootje dat ik ooit zelf bij een concert had gemaakt, een onherkenbaar silhouet van een muzikant. Tegen beter weten in hoopte ik dat ik met ‘poëtisch en mysterieus’ leukere volgers zou trekken dan met ‘kort en helder’. Ik zou er snel achter komen dat het op Twitter vooral om kwantiteit draait en niet om originaliteit.

Ook de keuze voor mijn eerste tweet was wat eigenwijs. Ik begon op 28 december, precies een jaar na de dood van Motorhead-zanger en -bassist Lemmy. Maar diens overlijden had destijds de dood van de drummer van The Specials overschaduwd. The Specials hebben met de hele 2Tone ska-revival mijn muzikale smaak gevormd. Ik had ze een paar jaar eerder nog in Paradiso zien optreden en bij die gelegenheid voelde ik me weer vijftien. Het was daarom passend dat mijn eerste tweet niet over Lemmy, maar over John Bradbury zou gaan.

One year ago John Bradbury, rock steady drummer of The Specials, died at the age of 62. #2Tone #TheSpecials https://www.youtube.com/watch?v=KaV9GYPSM94

Zonder volgers viel die eerste post op Twitter in een zwart gat. Er klonk niet eens een echo, zo diep zakte mijn eerbetoon aan John Bradbury weg in het twittermoeras. Dankzij de analytics-functie kon ik zien dat mijn tweet toch nog door 211 gebruikers werd gezien en daarvan had er eentje de moeite genomen om de YouTube link te bekijken van The Specials die ‘Nite Klub’ in de Late Show bij David Letterman spelen.

Een dag later zou ik pas mijn eerste twee volgers krijgen, op de sterfdag van Tim Hardin.

(wordt vervolgd)