Het geheim van zijn exacte leeftijd heeft Junior Murvin mee het graf in genomen, maar hij moet ergens tussen de 64 en 67 jaar zijn geweest toen de zanger/componist van een van de bekendste Britse protestsongs op 2 december 2013 in een Jamaicaans ziekenhuis overleed aan complicaties in verband met diabetes.

Hoewel zijn carrière meer dan dertig jaar duurde zal Junior vooral herinnerd worden vanwege het titelnummer van zijn debuutalbum ‘Police and Thieves’. Hij schreef dat nummer in reactie op het politieke straatgeweld dat de Jamaicaanse samenleving ontwrichtte.

In 1976 was het land praktisch bankroet en de werkeloosheids- en misdaadcijfers stegen met vergelijkbare snelheid. De regerende People’s National Party probeerde met een beleid van ‘democratisch socialisme’ al jaren vergeefs het tij te keren door vele bedrijven te nationaliseren. De Verenigde Staten zagen hier een verkapte vorm van communisme in en waren bang dat naast Cuba een tweede pro-Sovjet staat in hun Caribische achterland zou ontstaan. Vandaar dat de CIA de oppositie van de Jamaican Labour Party steunde en indirect straatbendes begon te bewapenen. Ze probeerden daarmee de chaos en onveiligheid in Kingston te vergroten en de regering de destabiliseren. Het ontaardde in een bendeoorlog waarbij de misdaadbendes gelieerd waren aan politieke partijen en de bevolking intimideerden. De politie wist er in zijn machteloosheid alleen maar meer geweld tegenover te stellen. Alleen al in het verkiezingsjaar 1976 eiste deze nauwelijks verkapte burgeroorlog rond de 800 doden, waaronder vele burgerslachtoffers.

In mei 1976 kwam Junior Murvin zijn nummer voorzingen in de Black Ark studio van producent Lee Perry, die werd getroffen door het contrast tussen de zoete falset van Murvin en de grimmige boodschap van het nummer. Perry voegde wat regels tekst toe en nam het nog diezelfde middag op. De volgende dag mixte hij een dubversie voor het b-kantje en een paar dagen later lag de single in de winkel. Het werd direct een hit, mede dankzij het feit dat het nummer geboycot werd door de publieke radiozenders. ‘Police and Thieves‘ was een protestlied tegen de politici van beide kanten die het zo ver hadden laten komen dat er burgers stierven in de verkiezingsstrijd.

Police and Thieves

Een maand later kwam de single ook uit in de rest van de wereld en in Engeland werd ‘Police and Thieves’ een nog veel grotere hit dan op Jamaica. Het nummer raakte daar onlosmakelijk verbonden met de rellen tijdens het fameuze Notting Hill carnaval.

In West Londen woonden veel immigranten uit de Caraïben en elk jaar was het Notting Hill carnaval de belangrijkste viering van de Caribische cultuur. De gemoederen konden hoog oplopen en in de jaren zestig hadden de autoriteiten het feest zelfs een tijd lang verboden, maar het festival werd inmiddels weer gedoogd. Augustus ’76 was een buitengewoon hete maand en ondanks de swingende klanken van de steelbands bij de parade en feestelijke kleuren van de carnavalskostuums van de heupwiegende danseressen bleek er weinig voor nodig om de stemming te laten overkoken.

De ongeregeldheden begonnen op Portobello Road, waar de politie op hardhandige wijze en met veel machtsvertoon een zwarte zakkenroller arresteerde. Verschillende zwarten kwamen de man te hulp en brachten de overwegend blanke agenten in het nauw. De onrust breidde zich uit en het koste de politie veel moeite om de agenten op Portobello Road te ontzetten uit hun benarde positie. Het geweld liep volledig uit de hand en uiteindelijk bracht de politie gedurende het hele feestweekend 1600 man op de been om keihard een einde te maken aan de rellen en het carnaval. Het resultaat was dat meer dan honderd agenten en vele tientallen relschoppers in het ziekenhuis belandden.

‘Police and Thieves’ was net uitgekomen en het nummer werd de soundtrack van de hete Londense nazomer van 1976. Daar werd het ook opgepikt door Joe Strummer, die amper twee maanden eerder samen met Mick Jones en Paul Simenon een bandje was begonnen: The Clash. Ze speelden het nummer van Junior Murvin en Lee Perry vaak als opwarmertje in het repetitiehok en zo kwam het ook terecht op hun debuutalbum. The Clash  werd een van de belangrijkste bands in de eerste punkgolf en hun cover van ‘Police and Thieves’ speelde een grote rol in de verspreiding van reggae naar een heel nieuw, blank publiek.

Junior Murvin en Lee Perry waren zelf niet erg te spreken over de agressieve manier waarop The Clash met hun compositie aan de haal was gegaan. Ze vonden het niks, verschrikkelijk. Maar toen Lee Perry in juli 1977 in Londen was voor studio-opnames met Bob Marley werd hij door The Clash benaderd voor een samenwerking. Zoals Perry een jaar eerder direct de hitpotentie van ‘Police and Thieves’ in het door geweld verscheurde Jamaica had ingezien, zo zag hij ook nu direct de mogelijkheden om een nieuw publiek te bereiken. Hij was dan ook niet te beroerd om zijn afkeer van de punk opzij te zetten  en de derde Clash-single ‘Complete Control’ te produceren.

Maar ook Murvin had veel te danken aan die ‘verschrikkelijke’ cover. Mede dankzij het voorbereidende werk van The Clash werd het origineel in 1980 heruitgegeven en Junior Murvin scoorde er nogmaals een hit mee. Inmiddels was het nummer niet alleen verbonden aan onlusten op Jamaica en het Notting Hill carnaval, maar had het een universele waarde gekregen en het werd een belangrijk strijdlied tijdens de rassenrellen in Brixton en vele anti-Tatcher demonstraties tot diep in de jaren tachtig.

‘Police and Thieves’ is als protestlied nog steeds actueel, zoals onlangs weer bleek bij de Black Lives Matter-beweging in de Verenigde Staten, al is de oorspronkelijke betekenis waarbij zowel de ‘police’ als de ‘thieves’ tot het politieke establishment behoorden al lang vergeten.