Dat kan natuurlijk ook wel kloppen, want ik was amper een half jaar oud toen de plaat uitkwam. Maar voordat het me lukte om met mijn kinderknuistjes een echte banaan van zijn jasje te ontdoen had ik de banaan van de Warhol-hoes al een keer afgepeld. Met desastreuze gevolgen overigens, want de sticker op de hoes scheurde ergens bovenaan de schil af. Daarna mocht ik er nooit meer aankomen.

Ik zal een jaar of zes zijn geweest toen mijn vader me had laten zien dat er onder de schil een echte banaan zat. Het ding had een roze kleur die volgens mij in het kielzog van de zeefdruk, sinds de jaren zeventig langzaam maar zeker uit de samenleving is verdwenen. De seksuele lading van het afpellen van een roze banaan ging destijds natuurlijk geheel aan mij voorbij.

Die dubbele betekenis was een stuk duidelijker bij een andere plaat uit mijn kindertijd. Op de hoes van die plaat zat een groene, appelvormige sticker van het plastic waar ze ook die boerderijplaatjes van maakten die je als kind op de autoruit kon plakken. De appel ging veel makkelijker van de platenhoes af dan die banaan en dan kwamen er een blote meneer en mevrouw te voorschijn: John Lennon en Yoko Ono. Ondanks dat John op de hoes van ‘Two Virgins’ een ketting om zijn nek had en een brilletje op zijn neus, vond ik hem als kind al veel naakter dan Yoko. Het was de glorietijd van schaamhaar, dus eigenlijk had die mevrouw gewoon een grof gebreid broekje aan. Bovendien had ik vanaf mijn zesde zelf een rond brilletje, dus ik wist hoe je je daarvoor kon schamen.

Mijn vader was eind jaren ’60 muziekrecensent voor De Haagse Courant en onder de originele titel ‘Weekhit’ besprak hij elke week een plaat van zijn keuze. Hij opende zijn rubriek met de mededeling dat “het verschijnen van een LP op deze plaats betekent dat hij uitverkoren is.” Om vervolgens direct de toon te zetten: “Alle Beatles ten spijt hebben we geen beter begin kunnen vinden dan het formidabele nieuwe werk van de Rolling Stones.” In zijn goed gedocumenteerde archief heb ik dan ook geen enkele recensie kunnen vinden van een Beatles-plaat. Dat hij wel ‘Two Virgins’ van John Lennon en Yoko Ono recenseerde zegt genoeg. Hij was nogal tegendraads.

Omdat het dit jaar vijftig jaar geleden is dat ‘The Velvet Underground & Nico’ verscheen is er weer veel aandacht voor de plaat. Er komt zelfs een tourtje waarbij Nederlandse artiesten de plaat integraal naspelen en vorige week stond er in NRC een recensie over het boek dat popjournalist Peter Bruyn over de plaat scheef: ‘De plaat die rock volwassen maakte’. In zijn bespreking schrijft Sietse Meijer: “Het album The Velvet Underground & Nico (1967) is wel eens vergeleken met het werk van Vincent van Gogh: genegeerd toen het gemaakt werd, later alom gewaardeerd en opgenomen in de canon.”

Dat de plaat destijds was geflopt heb ik me nooit gerealiseerd: ‘..in de Summer of Love van ’67 zat niemand erop te wachten.’ Inderdaad staan ‘Heroin’ en ‘Venus in Furs’ heel ver af van de zwevende hippies en de psychedelica waar de Beatles bij Sgt. Peppers zo lekker op gingen. Het keiharde New Yorkse straatleven tegenover de zonovergoten Californische flower power.

‘Misschien lag het aan de timing of aan het gebrekkige management van Warhol, maar er verschenen nauwelijks recensies.’ volgens Meijer. Zou mijn vader The Velvet Underground dan ook niet hebben uitverkoren voor zijn rubriek?

Jazeker wel. Op 19 april 1968, bijna een jaar na de release, plaatste mijn vader een recensie in ‘Weekhit’. De directe aanleiding was de vertoning van Warhol’s film ‘Chelsea Girls’ in Nederland en een overzichtstentoonstelling van de kunstenaar in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Hoewel mijn vader destijds niet alles kon duiden – zo dacht hij dat ‘I’m Waiting For The Man’ over een homofiele relatie ging terwijl ‘the man’ in de tekst Lou Reeds drugsdealer was – is hij wel degelijk geïntrigeerd.

“Ruige, ongepolijste muziek met hakkend ritme [..] waarvan de kracht vooral is gebaseerd op onafgebroken herhalingen van motiefjes. Bij ongepolijst horen ook versterker-bijgeluiden.” De echo van de jaren zestig klinkt door in typeringen als: “razend ruig” en “doordringend eindeloos”. Nico wordt geprezen om “dezelfde precieuze toon als Grace Slick van de Jefferson Airplane, maar koeler, soms bijna bevroren. Jammer dat ze voor Femme Fatale zo’n onnozele tekst kreeg.” Maar ondanks die kanttekening is het een positieve recensie: “Een plaat om je voor te bereiden op de volgende.”

Die tweede plaat van Velvet Underground, ‘White light / white heat’, was op dat moment al aangekondigd en werd drie maanden later in ‘Weekhit’ besproken als “een plaat die de groep bewonderaars er niet groter op zal maken, maar des te selecter en vuriger, zoals dat heet.”

Tevreden stel ik vast dat mijn vader destijds kennelijk als een van de weinigen de kwaliteit van The Velvet Underground onderkende. Met mijn muzikale opvoeding zit het dus wel goed. En hoewel er in de loop der jaren genoeg mensen zijn geweest die me hebben uitgelachen om het totale gebrek aan Beatles in mijn platenkast, weet ik het nu zeker: dat is niks om me voor te schamen.

Leave a Reply